April is zo’n maand waarin ik eigenlijk alleen maar naar buiten wil. Ramen en deuren open, de frisse lucht naar binnen en de eerste warme zon op mijn gezicht. Overal gebeurt iets… de eerste vlinders en hommels die je ineens weer ziet, het koolzaad dat felgeel langs de wegen staat te bloeien. Het voelt alsof alles weer op gang komt. En dan krijg ik vanzelf zin om ook iets te zaaien, iets nieuws te laten groeien.
Misschien heb je al een tuin, of alleen een paar potjes op de vensterbank. Het maakt eigenlijk niet uit. Dit is gewoon een mooi moment om te beginnen en wat veel mensen niet weten, is dat je in april al best veel kunt zaaien als je een beetje rekening houdt met het weer! Het is namelijk nog geen zomer. Sommige dagen zijn heerlijk zacht, andere nachten nog best fris.
Buiten kun je nu al een aantal sterke groenten en kruiden zaaien. Denk aan sla, spinazie, bosui en rucola die snel groeien en niet zo moeilijk zijn. Ook wortel kun je nu zaaien, al vraagt die wat geduld voordat je resultaat ziet. Kruiden zoals peterselie en bieslook doen het ook goed in deze periode. Het zijn van die planten die rustig beginnen, maar daarna gewoon hun gang gaan.
Als je van bloemen houdt, kun je ook al starten. Goudsbloem en korenbloem zijn echte doorzetters en kunnen prima tegen een frisse lentedag. Die kun je nu gewoon buiten zaaien. Zonnebloemen kunnen ook, al wacht ik daar zelf vaak even mee tot het einde van de maand, als de grond net wat warmer is. Cosmea kan ook al, maar vooral als het weer een beetje meezit.
Voor andere bloemen (en ook voor een aantal groenten) is het fijner om binnen te beginnen. Tomaten, courgette en komkommer hebben gewoon wat meer warmte nodig om goed op gang te komen. Basilicum trouwens ook, die blijft buiten nu nog wat achter.
Zelf begin ik binnen altijd met kokostabletten. Dat vind ik echt ideaal werken. Je hebt geen losse potgrond nodig, het is schoon en compact, en de zaadjes kiemen er super goed in. Zodra de plantjes wat groter worden en hun eerste echte blaadjes krijgen, zet ik ze over in wollen potjes met potgrond. Deze kun je later namelijk gewoon zĂł in de grond zetten, zonder dat je de plant eruit hoeft te halen. De wortels groeien er vanzelf doorheen, waardoor je plantjes minder snel beschadigen. De wollen potjes zijn volledig afbreekbaar, slakken laten ze meestal met rust en na verloop van tijd worden ze zelfs voeding voor de plant.
En misschien is dat wel het belangrijkste in deze periode: dat het leuk blijft. Dat je niet het gevoel hebt dat het “moet”, maar dat je gewoon even bezig bent met iets kleins dat groeit. Mijn jongste zoon helpt altijd mee met zaaien en dat zijn echt van die momenten waar we allebei van genieten. Elk jaar weer die rijtjes potjes op de vensterbank, de eerste sprietjes die verschijnen … en later het oogsten van dikke courgettes en borden vol spinazie. Dat blijft bijzonder.
Wat trouwens vaak misgaat, is te veel water geven. Dat is heel begrijpelijk, want je wilt het goed doen. Maar zaadjes hebben vooral lucht nodig en een licht vochtige grond. Niet nat een beetje is echt genoeg.
Je hoeft er geen groot project van te maken. Juist nu zit de kracht in het kleine. Een paar potjes op de vensterbank, een stukje tuin waar je wat zaait ... meer is het vaak niet. Voor je het weet ga je elke dag even kijken. Of er al iets bovenkomt. Of er weer een blaadje bij is. En zonder dat je het doorhebt, groeit er niet alleen iets in die potjes, maar ook een beetje rust in je hoofd.
Dus pak een paar zaadjes, begin klein … kijk wat er gebeurt en geniet! 🌱




